Internationaal
Jeugdontmoetingshuis
Lommel

vdk logo
IJ Lommel
Begraafplaats
Omschrijving
Geschiedenis
Plattegrond
Volksbund
Volkstrauertag
Foto's
Contact
Routebeschrijving
Links
Gastenboek
  


Geschiedenis


Geschiedenis van de gesneuvelden
Geschiedenis van de begraafplaats
Identificatie van de onbekenden
Crypte
Officiële inwijding begraafplaats

Geschiedenis van de gesneuvelden
Met de Duitse inval op 10 mei 1940 werd het tot dan toe neutrale België weer in een wereldoorlog meegesleurd. Opnieuw moesten op Belgische bodem vele graven aangelegd worden. Er werden doden begraven die gesneuveld waren tijdens de inval, tijdens de bezetting tot in de zomer van 1944 en tijdens de bevrijding na de landing van de geallieerden in Normandië.

De gevechten in de winter 1944-1945 en daarmee ook de Duitse verliezen bereikten tijdens het Ardennenoffensief hun hoogtepunt. De doden - zowel Duitsers als Amerikanen - werden door de Amerikaanse gravendienst geborgen en op voorlopige begraafplaatsen bijgezet. Deze waren Neuville-en-Condroz, Fosse, Overrepen en Henri-Chapelle.

In 1946-1947 werden de Amerikaanse doden in Neuville-en-Condroz (bij Luik) en Henri-Chapelle (ten westen van Aken) samengevoegd. De Duitse doden werden naar Lommel (in de provincie Limburg) gebracht en bijgezet in een groot heidegebiet.
Tegelijkertijd begon de Belgische gravendienst met de verwijdering van alle Duitse begraafplaatsen van de Tweede Wereldoorlog en met het transport van de doden naar Lommel evenals maar in geringere omvang, naar een begraafplaats bij Bastenaken nl. Recogne in de Belgische provincie Luxemburg.

In 1952 werd tussen België en de Bondsrepubliek Duitsland een bilateraal verdrag over de oorlogsgraven ondertekend. De "Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge e.V. " moest in naam van de Duitse regering de uitbouw en het onderhoud van de twee Duitse begraafplaatsen (Lommel en Recogne) met Duitse doden uit de Tweede Wereldoorlog op zich nemen.

Geschiedenis van de begraafplaats
De Duitse militaire begraafplaats ligt aan de N746 die van Lommel naar Leopoldsburg gaat. Hier rusten ongeveer 39.000 doden uit de tweede Wereldoorlog en 543 doden uit de Eerste Wereldoorlog die - tot hun herbegrafenis in Lommel - hun graf op de Belgische militaire begraafplaats in Leopoldsburg hadden.

Na de overbrenging in 1946/1947 lieten de Belgische autoriteiten voor telkens twee doden een massief betonnen kruis plaatsen. Op deze kruisen werden de namen - voor zover kon vastgesteld worden - op metalen plaatjes aangebracht. Tevens zijn vermeld indien bekend: rang, geboorte- en sterfdatum, bloknummer en grafnummer.
Door de graafwerken werd de structuur van de bodem - 16 hectaren groot - grotendeels vernield. Ernaar_boven ontwikkelde zich een bodemoppervlakte die veel gelijkenis vertoonde met de woestijn. Het zand dreef bij winderig weer in lange stofwolken over de begraafplaats.
In 1953 kon de "Volksbund" na het beëindigen van de plannings- en goedkeuringsprocedure met de uitbouw beginnen. De meest dringende taak bestond in het hercultiveren van de grond en de versterking ervan door beplanting.
Veel ladingen turf en veel kubieke meters bosgrond werden in het zand geïntegreerd. 15.000 bomen en struiken wrden geplant en aangevuld met heide.
Bij deze werken hielpen veel deelnemers van jeugdkampen die door het CVJM (Christlicher Verein Junger Menschen - YMCA), het Kolpingwerk georganiseerd werden. Daarbij hielpen ook nog het Jugendaufbauwerk Schleswig-Holstein. Daar waar het in 1953 nog 100 voornamelijk Duitse jongeren waren, steeg hun aantal in 1954 tot bijna 400 jongeren afkomstig uit 16 verschillende staten. Zij volgden de ook vandaag nog geldende slogan:
"Verzoening over de graven - Werken in dienst van de vrede"
Deze actie begon in Lommel en verspreidde zich al snel naar bijna alle Europese landen waar Dutise oorlogsgraven zijn. In 1955 werden in Lommel de grote werkzaamheden door de jongeren beëindigd. Zij hadden tot dan toe ondermeer al een 1.100 meter lange wal als beschutting van de begraafplaats gebouwd, een toegangsweg en een parkeerterrein aangelegd.
Een belangrijke persoonlijkheid in het ontstaan van de latere jeugdwerking van de Duitse Oorlogsgravendienst is Pater Rieth van het ICE (Initiative Christen für Europa). Hij is links op de grote foto te zien. Nog tot op de dag van vandaag is er een samenwerking met voornoemde organisatie en werken jongeren gedurende een heel jaar vrijwillig in het IJLommel.

Identificatie van de onbekenden
Op de 16 hectaren grote begraafplaats staan bijna 20.000 kruisen. Zij zijn voorzien van een naamplaat met daarop aangeduid: rang, geboorte- en sterfdatum, grafnummer en bloknummer.

Van de ongeveer 39.000 gesneuvelden die hier hun laatst rustplaats vonden, waren er oorspronkelijk 13.000 onbekend. De Duitse Oorlogsgravendienst kon tot op de dag van vandaag bijna 7.000 lotgevallen ophelderen en is nog steeds bezig met deze werkzaamheden.

Crypte
Als centraal punt van de grote begraafplaats liet de bouwleiding van de "Volksbund" in de ingangszone een crypte oprichten.

Daarin symboliseert een liggende, zich van de grond verheffende stenen figuur de dood in de oorlog.
Het bouwwerk - vervaardigd uit blokken basaltlava uit het Eifelgebied - draagt een indrukwekkende groep die eveneens uit donkere basaltlava gemaakt is. Het crusifix is bijna zes meter hoog, de twee zijdelingsse figuren, Maria en Johannes, meten elk 3,30 meter. De volledige groep weegt ongeveer 39 ton.

Officiële inwijding begraafplaatsnaar_boven
Tijdens een gedenkplechtigheid werd de Duitse militiare begraafplaats officieel ingewijd op 6 september 1959.Ondertussen kon de "Volksbund" van de oorspronkelijk 13.000 onbekenden meer dan 7.500 identificeren. Hun families werden op de hoogte gebracht.



 






















































logo toerisme vlaanderen